van 1949

En dan ben ik ineens met pensioen!

En hoe ga ik dat vormgeven vroeg ik mezelf af, Wat ga ik doen, Hoe zorg ik dat ik in ontwikkeling blijf??

Precies de dag nadat ik officieel pensioen had gekregen en dus niet meer terug hoefde te komen op mijn werk, als speltherapeute/ beeldend therapeute, viel mijn moeder en brak ze haar enkel. Dat werd het startsein van de wekelijkse zorg aan mijn moeder. Ook haar geheugen vertoonde gebreken, de zorg werd al snel verder uitgebreid. Gelukkig kan ze nog in haar eigen huis blijven wonen, tot nu toe en af en toe met wat kunst- en vliegwerk. Ze is nu 97 jaar en maakt het eigenlijk best goed.

Een stukje van de tijd in mijn nieuwe leven werd door de zorg voor moeder automatisch ingevuld.

Maar nu eerst naar de start.

Ik kom uit een gezin van 6 personen, vader, moeder en drie broers, allen ouder dan ikzelf.

Ik ben al vijf als we in Blerick komen wonen, we verhuisden vanuit Voorburg naar Limburg.

Mijn moeder is van Duitse komaf. Ze leert mijn vader kennen tijdens de oorlog toen vader opgepakt was en met Arbeitseinsatz naar Duitsland gestuurd was om daar te werken.  Twee jaar voor mijn geboorte komt het gezin in Voorburg wonen en leert mijn moeder de Nederlandse wereld kennen. Ze heeft het aanvankelijk moeilijk omdat ze zich een onwelkome gast voelt in Nederland en binnen de familie van mijn vader. Later verandert dat gelukkig. maar het is wel voorstelbaar dat ze zich niet welkom voelt zo vlak na het einde van de tweede wereldoorlog in Nederland, waarin Duitsland 5 jaar lang de gruwelijke bezetter was.

Mijn moeder roemt juist de tolerantie van de Nederlanders en verkiest al snel Nederland boven Duitsland als ‘haar’ land.

Vader is banketbakker, later verdient hij meer als hij ‘over de grens’ in de bouw gaat werken.

De 50-er jaren, de tijd dat Nederland wordt hersteld van de oorlogswonden. Veel oude gebouwen worden afgebroken, er verschijnen overal flats en nieuwbouwwijken in Nederland. Ook huizen die mooi en markant zijn worden afgebroken omdat er huizenblokken of flats moeten komen. De economie doet het goed en de sfeer is: niet omkijken maar vooruit! Over de oorlog wordt bij ons thuis niet veel gezegd. Daarin zijn we niet zo’n uitzondering, in veel gezinnen, vooral waar persoonlijke verliezen zijn geleden in de oorlog, wordt niet meer terug gekeken.

Ik ga naar de eerste klas en mijn moeder gaat weer werken. Ze is chemisch analiste en verlangt al lang naar een baan. In die tijd is dat nog heel ongewoon dat moeders werken.  Het is alleen maar mogelijk om een full-time baan te krijgen en inkomen uit de ‘tweede baan’ wordt niet als basis voor een hypotheek geaccepteerd. In mijn klas zit niemand die een werkende moeder heeft. Als ik eens vertel dat mijn moeder werkt denkt men, hoor ik dan terug, dat mijn moeder uit poetsen gaat. dat bestaat wel. Maar een moeder die een fulltime HBO-baan heeft is een onbekend gegeven in Blerick.

Mijn broers en ik zijn na school en tussen de middag altijd alleen thuis. er wordt veel geknokt met elkaar, gelukkig niet met mij. In de eerste zomervakantie hadden wij een kinderjuffrouw in huis. Toen we bij de maas aan het zwemmen waren en ik stoer wilde laten zien dat ik kon zwemmen had ik ineens geen grond meer onder mijn voeten en ging ik kopje onder. De Juffrouw deed ze haar schoenen en haar mooie rode rok uit en dook mij achterna en haalde me uit het water. ik was haar dankbaar. Mijn vader schrok zo van het verhaal dat hij de juffrouw ruw wegstuurde. Dat vond ik rot. Als zij er niet was geweest was ik er niet meer geweest. Mijn vader, de emotionele man.

Het is de tijd van de zondagse kleren. Mooie nieuwe kleren verslijten hun eerste tijd alleen op de zondag, dan ben je op je best gekleed. De zondag is nog de belangrijkste dag van de week. Zondagsrust. Er mag niet geboord worden of matten uitgeklopt, er zijn mensen die daar aanstoot aan nemen. Er waren geen winkels open, de kerkklokken riepen in de ochtend en namiddag op tot het komen naar de kerk. Veel mensen, iedereen bij ons uit de straat, gingen ’s morgens naar de mis. Er waren drie missen op zondag en er was het Lof. Tegen 11.00 uur begon de hoogmis, er werd gezongen en gul met wierook gezwaaid,  de kerk was vol. Het duurde lang. Als je te laat kwam moest je achterin de kerk blijven staan. Daar rook het naar natte jassen. Het gebeurde soms dat iemand haastig richting uitgang kwam gelopen, met verhoogde snelheid, misselijk geworden van de wierook of van het te lang zonder eten zijn. Je moest nuchter zijn wilde je ter communie gaan.

We gingen ook biechten, met de hele klas. Dan moest je wachten tot je aan de beurt was om in de biechtstoel op je knieën te gaan. Het was daar stil en je moest wachten tot er een schuifje werd open geschoven en dan zag je door een geruite houten raampje vaag de pastoor zitten en die vroeg je dan wat je zonden waren. Je ging toch niet tegen die vreemde, fluisterende man vertellen waar je je zondig over voelde? Was dat hetzelfde als schuldig? Iets gedaan wat niet mocht? Daarna kreeg je een penitentie, straf van de pastoor in plaats van God. Op je knieën in de kerkbank en boete doen, bidden en om vergiffenis vragen, drie weesgegroetjes en de oefening van berouw. God zag je altijd en overal en wist wat je dacht, wat je beleefde, voelde en allemaal zag. Wat een akelig gedachte vond ik dat. Het leek alsof helemaal niks van mij alleen was.

Ik merkte trouwens nergens aan dat ik hulp of steun aan God had, terwijl dat wel werd verteld op school. Het geloof is maar kort bij me gebleven.

 

 

-x-x- wordt vervolgd x-x-x-

 

Een gedachte over “van 1949

  1. Jan Verbraaken

    Ireen een leuk verhaal. Een groot deel van jou verhaal kende ik al via mijn moeder, To. Zo je levensverhaal op papier zetten geeft inspiratie en voldoening. Groetjes Jan

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *